37 Dog
Zwijgend namen Top en Pat plaats op een van de zachte zitplaatsen. Hij voelde acht paar stekende ogen op zich gericht.
“Ik veule mien niks op mien gemak”, fluisterde Pat. “Het is hier zoo doods met al diee dooien an de mure. Zulle wiej dervan deur goan?”
“Nee, ik denke dat er wel gauw lèven in de brouwerieje kommen zal. De staking van de wedstried hef väste töt een groot antal problemen eleid, diee met spoed besproaken worden mot, let op mien woorden”, antwoordde Top halfluid. “Ik dachte dat ze al begonnen waren, möör bliekböör is ter wat vertraging ontstoan”.
Toen kwam er leven; de buitendeuren zwaaiden open, motorgeronk was hoorbaar. Mannen en vrouwen van allerlei slag en in vele maten en soorten kwamen binnen. Als bij toverslag zette de stilte zich in druk geroezemoes om. Binnen vijf minuten was de ‘Hall’ gevuld met een kakelende menigte, die als uit het centrum van een spinneweb door de acht openzwaaiende dubbele deuren naar onzichtbare ruimten rumoerden. Pers-, radio- en teeveemensen, gewapend met blocnotes, potloden, microfoons en opnameapparaten omzwermden de geachte leden van het Konkelfoezement.
Top en Pat zagen het geheel met gemengde gevoelens van vrees en achterdocht aan.
“Hallo, hebt U niets te vragen?”
Er was een opgewekte stem naast hen gaan zitten. Deze behoorde aan een vriendelijk blozende jonge man, lichtgrijs gekleed, die kennelijk geïnterviewd wenste te worden.
“Waarover?” vroeg Top. “Over de wedstrijd natuurlijk en de vragen die wij daarover straks aan Dog gaan stellen”.
“Dog, wie is dat?”
“Weet U dat niet eens? De Opperste Gezagsdrager, die iedere vier jaar door ons gekozen wordt en die over de Elf regeert, de Raad van Elf wel te verstaan, de elf ‘dievanbons’ uit de elf landen van de bond. Hij heeft dit keer gefaald. Dog zal tot de orde geroepen moeten worden. Dit had nooit gebeuren mogen. Hoe is het mogelijk dat een man als Meester over kon lopen naar de tegenpartij en daar zijn plaats onder de lat kon innemen?”
“Hij heeft anders uitstekend werk gedaan voor de concurrentie”, zei Top.
“Dat is het hem nu juist. Werken voor de anderen mag maar tot op zekere hoogte, het mag niet ten koste gaan van het eigen land, de eigen maatschappij, de eigen bond. Werken voor een BKB-bedrijf is werken voor de Bonte Konkelfoes Bond. Die Meester heeft of het verband tussen de BKB’s niet gezien of het is een perverse misdadiger. In het eerste geval heeft Dog schuld, omdat de voorlichting gefaald heeft, in het tweede geval omdat de man nooit in dienst van de BKB had mogen komen. Er zal wel een motie van wantrouwen ingediend worden”, besloot Mr. Eduard Bijbels. Als zodanig stelde hij zich na zijn wijze woorden voor, nadat Top gevraagd had wie hij feitelijk was.
“Wie zijn er eigenlijk allemaal afgevaardigd in het Konkelfoezement?” vroeg Pat.
Ze kreeg ten antwoord dat er zesendertig stromingen uit de elf BKB-landen vertegenwoordigd waren.
“Welke?”
“Iedere stroming heet ‘beweging’. Ze hebben allemaal de naam BKB en zijn genummerd van één tot zesendertig. Het zou me te veel zijn om ze allemaal op te noemen. De belangrijkste geef ik U. De samenstelling van de bewegingen gaat dwars door de volken heen. Er is volledige integratie”.
