452. PSYCHOTHERAPEUT

> Categorie: Literatuur Gepubliceerd: maandag 04 december 2017

Kinderlijke Associaties

Voor alle spiegeloogtrapuiten

-----

Toen Oma overleden was, zat Opa plots in zak en as.

Voor hem hoefde het niet meer. haar dood sloeg hem terneer.

-----

Hij at en dronk en sprak en sliep niet meer.

Zijn lieve kinderen verdroot dat zeer!

Zijn kleinzoontje van zes kon enkel hem nog raken.

Met hem kon Opa zich nog urenlang vermaken.

-----

Opa ging dan maar  naar een psychotherapeut.

Al bij het allereerst consult was die goede man eruit.

Dus gaf hij na die sessie Opa de goede raad:

“Kom de volgende keer met Jantje! Eens kijken hoe dat gaat!”

-----

Jantje vertelde iedereen:“’k Mag mee naar de trapuit!

Die heeft toch mooie spiegels! Je kijkt je ogen uit!”

Zijn vriendjes lachten en vonden hem maar dom.

En omgekeerd vond Jantje zijn vriendjes heel erg stom.

-----

Een brede houten trap ging naar een kleine zaal.

Daar stond een bank, drie stoelen, maar verder was het kaal.

Er hingen lange spiegels, een tweetal,  aan de wand.

Jantje kon zichzelf bekijken aan voor- en achterkant.

Een grote man met lange baard drukte hem toen de hand.

Opa ging zitten op de bank, Jantje zat aan de kant.

Wat verder werd bepraat, werd door hem nauwelijks gevat.

Hij merkte trouwens wel aan Opa dat die heel lekker zat.

-----

Opa werd spraakzaam en vrolijk, opgewekt en kletste weer voor tien!

En dat had kleine Jantje donders goed gezien!

“Opa, dat jij zo vrolijk bent”, flapte hij er plotseling uit,

“dat komt door deze aardige spiegeloogtrapuit!”

-----

Opa lachte zich tranen over zijn jongste kleinzoon, Jan.

“Hier Jantje”, zei Opa toen lachend, “maak ik een rijmsel van”.

-----

Crödde, een opa van negentig.